Let op leeftijd

 

Jongeren van 15 jaar en ouder mogen gewoon aan het werk, maar dat betekent niet dat ze alle werkzaamheden mogen verrichten. Lees hier wat jongeren vanaf 15 jaar mogen doen en wanneer altijd begeleiding nodig is.

Jongeren van 15 mogen de volgende werkzaamheden verrichten:

·         Lichte werkzaamheden in een winkel (vakken vullen, helpen bij inpakken);

·         Lichte werkzaamheden in landbouw (groenten en fruit plukken, licht oogstwerk, kleine dieren voeren);

·         Werkzaamheden aan de lopende band, mits de ouders akkoord gaan;

·         Lichte werkzaamheden in recreatie (bijvoorbeeld manege, camping, speeltuin, pretpark, bowlingcentrum of museum).

 

Let op: een 15-jarige mag niet:

·         Zwaar werk verrichten (> 10 kg tillen, > 20 kg duwen of trekken, of voortdurend werken in dezelfde houding);

·         Gevaarlijk of ongezond werk verrichten (werken met of in omgeving van machines of gevaarlijke stoffen, werkzaamheden waarbij persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen moeten worden);

·         Werk waarbij de jongere zelf verantwoordelijk is voor geldzaken (cassière);

·         Werken in de horeca wanneer daar alcohol wordt verstrekt.

Jongeren van 16 en 17 mogen het volgende alleen onder deskundig toezicht:

·         Het besturen van een trekker (op openbare weg alleen met trekkerrijbewijs);

·         Eentonig werk doen waarbij per stuk wordt betaald;

·         Werken aan een machine of lopende band waarbij werknemer niet zelf het werktempo kan bepalen;

·         Werken in een omgeving waar gevaar voor instorting bestaat;

·         Werken aan of in de buurt van hoogspanningsleidingen;

·         Werken met stoffen die schadelijk, irriterend, of bijtend zijn of die kunnen ontploffen;

·         Werken met verschillende vormen van gas;

·         Werken met artikelen die kunnen ontploffen;

·         Dieren slachten in een slachthuis;

·         Werken met wilde, giftige of andere dieren die gevaar opleveren.

 

Let op: 16- en 17-jarigen mogen niet:

·         Werken met of in de omgeving van stoffen die slecht voor de gezondheid, gifitg, sensibiliserend, kankerverwekkend, mutageen of voor de voortplanting schadelijk zijn;

·         Werken met of in de omgeving van biologische agentia (virussen, bacteriën);

·         Werken onder overdruk (duiken);

·         Werken met toestellen die schadelijke niet ioniserende elektromagnetische straling kunnen uitzenden;

·         Werken op lawaaiige plekken (dagelijkse blootstelling < gemiddeld 80 decibel);

·         Werken met apparatuur die zo trilt dat het gevaar oplevert voor de gezondheid.